Bewegingsonderwijs

Gym

 

De leerlingen krijgen twee keer per week gym. Naast het aanleren van zowel de grove als fijne motoriek staat ook samenwerken en plezier beleven hoog in het vaandel. Binnen een gestructureerde les krijgen de kinderen de vrijheid om zichzelf te kunnen ontplooien. 

 

Tijdens de gymlessen komen er zowel traditionele sporten aan bod zoals bijvoorbeeld basketbal en voetbal, maar ook de hedendaagse trends zoals onder andere ultimate frisbee en floorball hebben hun weg naar de gymzaal gevonden!

 

 

Taal

Taal op de basisschool.

 

Taal is heel belangrijk om te kunnen leren. Weten wat woorden betekenen, teksten begrijpen en antwoord kunnen geven op vragen, gedachten ordenen, nieuwe lesstof tot je nemen: het valt allemaal onder taal. En het belangrijkste: je gebruikt het bij ieder vak, bij alles wat je doet, de hele dag door. Daarom wordt er op school ook zoveel aandacht aan deze onderdelen besteed.

 

Onder taal vallen meerdere onderdelen: technisch lezen, begrijpend lezen, spelling, werkwoordspelling, woordenschat, zins- en woordbouw, spreken en luisteren. Tijdens de CITO-eindtoets worden al deze onderdelen getoetst onder het kopje ‘taal’. Maar de verschillende onderdelen worden de hele dag door gebruikt.

Wanneer een nieuwe som wordt uitgelegd, moet je wel begrijpen wat de aanwijzingen betekenen: ‘Begin rechts, zet de getallen netjes onder elkaar’.  Bij zaakvakken zoals aardrijkskunde en geschiedenis wordt veel taal gebruikt om uit te leggen over vroeger en over nu. Kinderen kunnen de kennis opnemen als ze het begrijpen. Zelfs wanneer je thuis lekker in je luie stoel zit te denken, gebruik je taal om je gedachten te ordenen. Zoals gezegd: taal wordt de hele dag door gebruikt en komt overal terug.

 

Begrijpend lezen

Veel ouders lezen hun kinderen voor uit prentenboeken of jeugdboeken. Kinderen vinden dit vaak fijn. Even aandacht van hun ouders. Even lekker kroelen voor ze gaan slapen. Ondertussen doen ze aan taalontwikkeling, zonder dat ze het zelf door hebben. Ze leren nieuwe woorden, ze leren verhaallijnen begrijpen en ze worden nieuwsgierig gemaakt naar lezen. Als ze eenmaal in groep 3 zelf leren lezen, gaat er een wereld voor ze open!

De lijn van thuis voorlezen wordt op school doorgezet. In de kleuterklas wordt regelmatig voorgelezen en worden in de kring verhalen verteld. Kinderen leren zo ook verhaallijnen goed te formuleren. In groep 3 leren kinderen lezen. Vanaf dat moment wordt ook de aandacht voor begrijpend lezen al in de lesmaterialen opgenomen. Korte verhaaltjes met korte woorden en wat vragen erbij. Een voorbeeld.

 

 

Kees heeft een bal.

Hij rolt de bal weg.

En hij pakt hem weer   op.

Dan komt een hond.

Die hapt in de bal.

De bal is nu lek.

Kees kijkt erg sip.

Hij heeft een traan.

De baas komt.

Hij koopt een bal.

Nu kijkt Kees weer   blij.

 

Waarom kijkt Kees   sip?

O De hond eet zijn   bal.

O De hond bijt zijn   bal stuk.

O De man koopt geen   bal.

 

 

 

Op deze manier leren kinderen in groep 3 al begrijpend lezen. Wat is begrijpend lezen dan precies? Dat staat in het stappenplan hieronder.

  • Het begint met de tekst goed te lezen. Begrijp je wat er staat? Je hebt een tekst goed begrepen als je hem in eigen woorden na kunt vertellen. Doe dit dus ook!

Heb je de tekst niet goed begrepen? Lees hem dan nog een keer. Zoek eventuele woorden die je niet weet op in een woordenboek. Begrijp je de tekst nu wel? Probeer hem weer na te vertellen.

  • Daarna lees je de vraag. Begrijp je wat je ze willen weten?
  • Misschien weet je het antwoord al? Lees dan toch alle antwoordmogelijkheden. Kies daarna pas het juiste antwoord. Het kan zijn dat het eerste antwoord goed lijkt, maar dat het laatste antwoord beter is.

Niet altijd weet je gelijk het antwoord. Heel vaak moet je in de tekst terugzoeken om een antwoord te vinden op de vraag. Doe dit dan ook! Je hoeft de tekst immers niet uit je hoofd te kennen. Door het lezen van de tekst weet je waar het antwoord in je tekst ongeveer moet staan. Je kunt het dus gerust opzoeken en het antwoord vinden. De tijd die je voor je toets hebt houdt rekening met de tijd die je nodig hebt om je antwoord terug te zoeken.

 

Dit stappenplan is een hulpmiddel voor begrijpend lezen. Maar zonder woordenschat kom je niet ver. Om te ervaren hoe het is als je weinig woordbetekenissen weet, kun je de tekst hieronder lezen.

 

De wulp en de   wister

 

De wulp fripte in zijn sus.

Daar kwam een wister aangezwept.

He wulp! Wat krift jij?’

‘O, niets vergangs, ik ester mijn fripje voor nachter.

 

 

Als je de betekenis van veel woorden niet weet, is het heel lastig een tekst goed te begrijpen. Voor kinderen met een grote woordenschat is het geen probleem om een tekst te begrijpen. Wanneer ze één woordje niet weten, kunnen ze aan de hand van het verhaal wel ongeveer raden wat het woord zal betekenen. Voor kinderen met een kleinere woordenschat is dit een stuk lastiger, omdat er meerdere woorden zijn die niet begrepen worden, waardoor de betekenis ook niet meer geraden kan worden.

 

Om nu vragen over de tekst te maken zou vrij lastig worden. Dit zal een stuk makkelijker zijn als je wist wat er echt stond. Daarom hier de tekst, zoals hij eerst geschreven was.

 

De wolf en de   ekster.

 

De wolf danste in zijn huis

Daar kwam een ekster aangevlogen.

He wolf. Wat doe jij?

O, niets bijzonders, ik oefen mijn dansje voor vanavond.

 

 

Veel ouders vragen hoe ze woordenschat bij hun kinderen kunnen trainen. Dat is vrij lastig te beantwoorden. Door veel met taal bezig te zijn leren kinderen nieuwe woorden. Door veel met elkaar te praten, voorlezen, zelf lezen en televisie kijken zou de woordenschat van kinderen groter moeten worden. Wat wel heel belangrijk is om te weten: herhaling is noodzakelijk! Een woordje dat je 1x gehoord hebt, vergeet je vaak weer. Een woordje dat je 7x gehoord hebt blijft eerder hangen.

 

 

Technisch lezen

Hoe sneller je een tekst kunt lezen, hoe makkelijker het terugzoeken gaat. Vanaf groep 3 tot en met groep 8 zie je een enorm verschil in leesvaardigheid. Van de 3-letterwoordjes zoals mus en kat in groep 3 tot hele lange woorden en samengestelde zinnen in groep 8, de kinderen maken in korte tijd een enorme leesontwikkeling door. Als je niet meer na hoeft te denken bij het technisch lezen zelf noemen we dat ‘geautomatiseerd’. Het gaat dan vanzelf. Je kunt je dan beter concentreren op wat je aan het lezen bent. Technisch lezen is daarom ook een vast onderdeel op school.

 

Wat kan er thuis aan gedaan worden? De meeste kinderen worden op jongere leeftijd voorgelezen. Maar zodra ze zelf kunnen lezen kun je bijvoorbeeld om de beurt een klein stukje hardop voorlezen. Zo wordt wel aandacht aan het kind gegeven, maar wordt het oefenen met lezen gestimuleerd. Ook hierbij is ‘veel doen’ belangrijk.

 

Kinderen leren op school ook hoe ze zinnen moeten maken. Dit valt onder spelling, werkwoordspelling en taalbeschouwing. Wanneer komt er een –d, wanneer juist een –t? Wat is een persoonsvorm, wat is een onderwerp? Hier krijgen ze vast de basis van mee. Op de middelbare school gaan ze hier verder op in. Het doel is natuurlijk om foutloos te kunnen schrijven. Denk aan uitnodigingen voor een feest of een sollicitatiebrief. Het schrijven zit vaak in kleine dingen, maar het kan een hele andere betekenis hebben. Denk bijvoorbeeld aan een voorruit van een auto of vooruit van naar voren gaan. Een ander woord dat vaak verkeerd wordt geschreven is verrassing. Vaak wordt een r vergeten en staat er verassing, wat een hele andere betekenis heeft. 

 

Kortom: er is veel te vertellen over taal. Maar het belangrijkste is ermee aan de slag te gaan. Door veel ermee bezig te zijn, op school en thuis, wordt de taalvaardigheid van kinderen groter en krijgen ze het een stuk makkelijker. Oefening baart kunst!